Nieuwe Column Jan Vleeshouwers
Vrijdag 19 februari 2010


Waarheen van hier


Eén van de waardevolle ideeën van de Eindhovense Rekenkamer was om ter voorbereiding van een nieuwe raadsperiode een zogenaamde “Strategische Verkenning” te doen, een studie door het gemeentelijk ambtelijk apparaat naar de thema's die een volgend college zouden moeten bezighouden. Twee weken geleden verscheen de eerste Strategische Verkenning, die naar eigen zeggen de staat van de stad beschrijft, die de trends weergeeft die beleidsbepalend zouden moeten zijn, en die – geordend naar thema – de opgaven en de dilemma's benoemt die de gemeente Eindhoven de komende tijd te lijf moet gaan.(Het origineel staat op www.gemeente.eindhoven.nl, zoek naar “Strategische Verkenning” en kies de Raadsbrief van 15 januari 2010.)

Voor een eerste versie is deze verkenning acceptabel. Het voorwoord stelt dat er geprobeerd is een zo groot mogelijke objectiviteit te betrachten. Dat is goed, en zeker ook geprobeerd, maar wie een maatschappij beschrijft, ontkomt niet aan een gekleurde bril. Déze strategische verkenning heeft een sterke macro-economische insteek, waardoor allerlei ontwikkelingen onder de radar blijven. Om er een paar te noemen:

  • Zaken als maatschappelijke tweedeling en mentaliteitsveranderingen van diverse groepen mensen zullen de politieke agenda moeten vormgeven. Het is jammer dat niet ook geprobeerd is de ontwikkelingen in Eindhoven vanuit een sociologisch perspectief te duiden.
  • Het perspectief van de individuele burger, die zowel klant als baas van de overheid is. Deze dubbelrol is sterk uit balans, en is op subtiele wijze zeer bepalend voor het functioneren van het stadsbestuur.
  • Diverse onderwerpen die niet zo eenvoudig in geld te vatten zijn, zoals vrijwilligerswerk en mantelzorg, lijken in deze Verkenning bijzaken, terwijl zij de smeerolie van de maatschappij zijn.

Maar er zijn nog wezenlijkere thema's buiten deze Verkenning gebleven. Daarvoor haak ik graag aan bij de intreerede van Willem Trommel, die hij in september 2009 hield bij de aanvaarding van zijn hoogleraarschap aan de VU (met dank aan Mark Chavannes' weblog).

Bescheidenheid over de rol van de overheid

Trommel beschrijft onder de titel “Gulzig bestuur” een overheid die krampachtig probeert zich staande te houden door zich “gulzig” in steeds méér zaken te mengen. Trommel: “Ik meen dat de overheid juist door de veelheid van ambities die zij koestert niet meer toekomt aan doeltreffende uitvoering van een aantal van haar klassieke regulerende en controlerende taken.” Ik denk dat hij gelijk heeft. De meeste politici voelen min of meer intuïtief aan dat er een ongewenste tendens gaande is in de richting van steeds meer overheidsbemoeienis. Maar tegelijk voelt de politiek de sterke neiging tot ingrijpen in maatschappelijke problemen. Een uitweg uit dit dilemma heb ik nog niemand zien vinden. Marktwerking is het in elk geval niet. En ondertussen heeft elke politicus – ook ik – op zijn tijd wel meegewerkt aan een gulzige overheid. We zouden moeten beginnen met wat bescheidenheid over wat de overheid kan. Maar bescheidenheid over de rol van de overheid is in de Strategische Verkenning geen onderwerp van belang.

Een veilig houvast voor alle inwoners

Trommel beschrijft de overheid als een organisatie met een volstrekt eigen wil, die inmiddels naar zijn indruk pathologisch gedrag aan het vertonen is en daarmee de maatschappij schade berokkent. In zijn rede staat hij niet stil bij het feit dat de overheid een baas heeft: de maatschappij, wij dus. Hoe kan het dat wij onze eigen overheid doelbewust op pad sturen onszelf steeds meer beperkingen op te leggen?
Ik kan aansluiten bij de denkrichting van Trommel, die als ultieme oorzaak dreigend verlies vermoedt: verlies van maakbaarheid, verlies van sociale verbanden, verlies van gezag en waarden. Onze democratische staat kampt ook met een verlies aan macht. We zijn voor veel ontwikkelingen afhankelijk, zo niet overgeleverd, aan een globale economie. De kredietcrisis is een voorbeeld, maar ook de vraag of Nederland oorlog voert, beantwoorden we niet meer zelf. Op talloze gebieden gelden Europese regelingen, waar Nederland alleen in theorie ja of nee tegen kan zeggen. Er zijn steeds meer opleidingen, maar of er daarna werk is, is door de Nederlandse overheid nauwelijks beïnvloedbaar. De politie beschermt nog tegen inbrekers, maar níemand beschermt ons tegen financieel geboefte in de VS. Nederland biedt steeds minder een veilig houvast voor haar inwoners. In Eindhoven geldt hetzelfde. Omwonenden van Welschap hebben geen invloed op de rust in hun omgeving. De gemeente heeft geen grip op huisjesmelkers. Zelfs de nutsbedrijven onttrekken zich aan gemeentelijke zeggenschap. Maar ook dit houvast is geen thema in de Strategische Verkenning.

De gemeenteraad maakt geen verschil

Democratisch gekozen vertegenwoordigers functioneren niet binnen een dergelijke context. Hun armslag is veel beperkter dan hun mandaat. Ze willen hun stemmers vertegenwoordigen, maar aan de feitelijke oorzaken van maatschappelijke problemen kunnen ze vrijwel niets doen. Vaak lopen ze gewoon mee met de machten waartegen ze niet opgewassen zijn. De meer idealistisch ingestelden proberen nog wel enige zin te geven aan de stortvloed aan voorstellen die in hun naam over de gemeenschap wordt uitgegoten. Maar waar het over gaat is vaak erg complex, hun speelruimte is gering, en daardoor vervagen politieke verschillen. Volksvertegenwoordigers zijn van spil tot speelbal geworden. Ze maken geen verschil meer. Het ambtelijk apparaat weet het al lang, maar durft het niet te zeggen, ook niet in de Strategische Verkenning.

Misschien zijn bovenstaande drie thema's te groot voor een coalitie-akkoord. Maar het getuigt van weinig inzicht om ze niet op zijn minst te benoemen.

Jan Vleeshouwers


Reageren.

naam

e-mail-adres (wordt niet gepubliceerd)

Uw reactie


 



 

 













Columns
Jan Vleeshouwers
Rens ten Hagen